'Het geheugen van Nederland verpulvert'. Zo luidde de noodkreet van
ruim twintig grote bibliotheken in het voorjaar van 1998. In een
advertentie in enkele landelijke dagbladen vroegen deze bibliotheken om
honderden miljoenen guldens voor het restaureren, fotograferen en
digitaliseren van boeken en kranten. Maar terwijl er reddingsacties op
touw worden gezet om dit 'papieren geheugen' voor de toekomst te behouden,
verdwijnt tegelijkertijd het 'digitale geheugen'. Met dit laatste wordt
hier niet gedoeld op digitale bestanden - waarvoor wat betreft de bewaring
meer aandacht is gekomen, zoals de oprichting van het Nederlands
Historisch Data Archief aan het einde van de jaren tachtig bewijst - maar
op de bouwstenen van het World Wide Web: de websites. Aan het begin van de
jaren negentig deed het WWW (dat hier verder als 'web' zal worden
aangeduid) zijn intrede, maar voor zover bekend worden nog nergens in de
wereld websites systematisch gearchiveerd en ontsloten.Zie
voetnoot 1 Er is wel hier en daar een bescheiden begin gemaakt
met het archiveren van het web, maar dat neemt niet weg dat er reeds een
substantieel deel van dit digitale erfgoed verloren is gegaan. En hieraan
lijkt voorlopig nog geen einde te komen. 'Internet dreigt een gat in de
geschiedschrijving te veroorzaken', aldus Amerikaanse historici op een
congres in 1998.Zie voetnoot 2
Voor toekomstig onderzoek naar de ontwikkeling van de 'virtuele' wereld
van het web en zijn relatie met de 'werkelijke' samenleving, ontbreekt het
bronnenmateriaal.
Het web breidt zich gigantisch snel uit:
volgens conservatieve schattingen zouden er elke maand meer dan 20 miljoen
pagina's bijkomen. Het aantal sites zou maandelijks met ruim 150.000
toenemen en aan het begin van 2000 73 miljoen hebben bedragen.Zie
voetnoot 3 Deze fabelachtige groei voltrekt zich ondanks het
feit dat ook veel sites weer verdwijnen: de gemiddelde levensduur van een
site wordt geschat op 75 dagen. Zij worden vaak maar op één lokatie op
het web aangeboden; wanneer de aanbieder er om wat voor reden mee stopt,
is de site voor altijd verloren. In dit dynamische proces van opkomst en
ondergang vormen de meeste bestaande sites geen statisch rustpunt. Zij
veranderen immers voortdurend: een paar seconden na een bezoek aan een
site kan deze alweer gewijzigd zijn, doordat de aanbieder informatie heeft
toegevoegd, of een bezoeker een bericht heeft achtergelaten.

Pantha rhei, zou men in navolging van de Griekse filosoof Heraclitus
uit de zesde eeuw voor Christus kunnen zeggen. Ook op het web stroomt
alles en is alles aan voortdurende verandering onderhevig. Dat geldt ook
voor de websites van politieke partijen. Politieke partijen waren redelijk
vroeg op het web te vinden. In januari 1994 was GroenLinks de eerste die
met een website begon.Zie
voetnoot 4 In een beweging van links naar rechts
volgden de andere partijen: de PvdA in november 1994, D66 en het CDA medio
1995, en de VVD in het voorjaar van 1997. Hekkensluiter was de SGP in de
herfst van 2000. Sinds het begin van hun aanwezigheid op het web hebben de
meeste partijen al twee, drie keer hun site compleet gerestyled. Van deze
oudere versies is momenteel niets meer over. De eerste stappen van de
Nederlandse politieke partijen op het web zijn dan ook niet meer digitaal
te reconstrueren.Zie voetnoot 5
Aan de vooravond van de Tweede-Kamerverkiezingen
van mei 1998 hadden alle partijen - behalve de SGP - een site. Veel
aanloop hadden zij niet tijdens de verkiezingscampagne. Naar schatting
bezochten maximaal 100.000 personen de maand voor de stembusdag een
partijsite.Zie voetnoot 6
In de toekomst zullen de sites echter ongetwijfeld belangrijker worden
voor partijen. Omdat leden en kiezers in toenemende mate toegang krijgen
tot internet, zullen de sites een steeds grotere rol gaan spelen in de
informatievoorziening aan de achterban. Dit blijkt nu bijvoorbeeld al uit
de veranderende inhoud van de partijbladen. Deze ontwikkelen zich meer tot
magazines, waarin niet langer de wat saaie partijorganisatorische
informatie wordt vermeld (spreekbeurten, agenda's van partijbijeenkomsten
en dergelijke). Deze gegevens worden tegenwoordig op de partijsite gezet.
Hoewel de meeste sites hedentendage nogal top
down gericht zijn, dus vooral bedoeld om informatie te verspreiden,
mag verwacht worden dat het interactieve aspect de komende tijd ook meer
gewicht zal gaan krijgen.Zie
voetnoot 7 In een tijd waarin partijen grote moeite hebben om op
traditionele wijze leden aan zich te binden en deze te activeren (het
ledental van de grote partijen - PvdA, CDA, VVD en D66 - loopt immers hard
terug), zouden digitale vormen van participatie wel eens nieuwe
mogelijkheden kunnen bieden (zonder dit nu meteen als hèt panacee te
willen zien). Het CDA bijvoorbeeld speelt hierop in bij de opstelling van
het program voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 2002, door sitebezoekers
in de gelegenheid te stellen hieraan een bijdrage te leveren. Er is dus
alle reden om de digitale presentatie van partijen te documenteren of - zo
men wil - te archiveren, net zoals dat bij de gedrukte publicaties
gebeurt. Onderzoekers van velerlei discipline (historici, sociologen,
politicologen, communicatiewetenschappers) en journalisten zullen hiermee
hun voordeel kunnen doen.

Omdat partijsites vroeger of later in het niets dreigen te verdwijnen,
is het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) in 2000
samen met de Universiteitsbibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen
begonnen met de voorbereiding van hun archivering. Dit project wordt mede
gefinancierd door de Rijksuniversiteit Groningen en de stuurgroep
Innovatie Wetenschappelijke Informatievoorziening (IWI). Het gaat hier in
de eerste plaats om de sites van de in de Staten-Generaal
vertegenwoordigde partijen (en die van hun neveninstellingen - vooral de
jongerenorganisaties), maar ook om de partijen die niet in het parlement
zitting hebben. Onderzoek naar deze laatste categorie is interessant,
omdat wel wordt beweerd dat het web door de lage kosten die aan een site
verbonden zijn, de verschillen tussen de gevestigde partijen en
nieuwkomers zou verkleinen.Zie
voetnoot 8 In een later stadium komen de sites van provinciale
partijen in aanmerking, en die van landelijke politici. Van deze laatste
categorie zijn er overigens nog niet zoveel; opvallend is wel dat nogal
wat Europarlementarirs, die relatief ver van huis opereren, al wel enige
tijd de voordelen van een eigen website inzien.Zie
voetnoot 9
Voordat nader wordt ingegaan op enkele technische
en juridische aspecten van het archiveringsproject van het DNPP, zal eerst
een globaal overzicht worden gegeven van min of meer vergelijkbare
initiatieven elders.

In het midden van de jaren negentig begon men hier en daar na te denken
over het downloaden en bewaren van websites. Het meest grootschalige
project werd ontwikkeld door de Amerikaanse computerprogrammeur Brewster
Kahle. Hij is de oprichter van het in San Francisco gevestigde, zogeheten
'Internet Archive', dat officieel sinds de zomer van 1996 - zoals de naam
al aangeeft - het internet archiveert: van nieuwsgroepen tot homepages.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van web crawling robots: programma's
die via externe links van sites andere sites opzoeken en ze allemaal in
hun geheel downloaden. Op deze wijze wordt een momentopname van het
internet gemaakt. In september 2000 had het circa een miljard
ongespecificeerde webpagina's verzameld en ongeveer 16 miljoen
nieuwsberichten - overwegend html-bestanden overigens.Zie
voetnoot 10 In dezelfde tijd werd ook in Australië
een eerste bescheiden aanzet gegeven tot het bewaren van websites, in het
kader van het door de National Library opgezette project Pandora
(Preserving and Accessing Networked Documentary Resources in Australia).
Belangrijk geachte Australische on-line publicaties worden in het kader
van Pandora gearchiveerd. Onder meer worden enkele websites van
Australische politieke partijen bewaard.Zie
voetnoot 11 De Koninklijke Bibliotheek van Zweden begon in 1997
met het zogeheten 'The Kulturarw3 Project'. Doel is zoveel
mogelijk te archiveren van het Zweedse deel van internet, dat wil zeggen
alle url's met de extensie se. Hiervan zijn sindsdien enkele snap-shots
gemaakt, momentopnames waarbij in totaal ongeveer 56.000 websites zijn
gearchiveerd. Het digitale archief is nog niet voor het publiek
toegankelijk.Zie voetnoot 12
Het Zweedse project heeft inmiddels bij de Nationale Bibliotheek in
Finland navolging gevonden.
In Nederland richten twee instanties zich op de
archivering van delen van het internet. De Koninklijke Bibliotheek is
begonnen met de inrichting van het Depot van Nederlandse Elektronische
Publicaties (DNEP). Hierin zullen naast off line digitale
publicaties als cd-roms in de toekomst ook on line publicaties als
elektronische tijdschriften, boeken en artikelen worden opgenomen. Het
Nederland Uitgeversverbond heeft inmiddels ingestemd met een regeling
waarbij deze publicaties bij het DNEP worden gedeponeerd. Verder kunnen
ook bepaalde webdocumenten worden ondergebracht in het Depot; complete
sites worden niet verzameld, noch archieven van discussielijsten.Zie
voetnoot 13 Voor dat laatste heeft het Internationaal
Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) grote belangstelling.
Actiegroepen en sociale bewegingen ontdekten al vroeg het internet als een
goedkope en effectieve manier om hun standpunten te verspreiden en steun
te mobiliseren. Zoals het IISG vroeger de pamfletten en brochures van deze
groeperingen verzamelde, collectioneert het Instituut nu hun berichten in
nieuwsgroepen. In 1995 werd onder de naam 'Occasio' begonnen met het
archiveren van bijna duizend internet-nieuwsgroepen van de Association for
Progressive Communications. Het archief, dat onder meer veel materiaal
bevat over de burgeroorlogen in het voormalige Joegoslavië en de opstand
tegen Soeharto in Indonesië, telde begin 2000 ongeveer een miljoen
berichten.Zie voetnoot 14
Hoewel er dus meer aandacht voor het probleem
komt, is het duidelijk dat de archivering van websites nog in de
kinderschoenen staat. De hierboven vermelde projecten verkeren alle
feitelijk nog min of meer in een beginstadium. Bovendien richt geen van
hen zich in het bijzonder op de archivering van websites, behalve het
Zweedse. Dit project kent echter een aantal nadelen. Allereerst is het
nogal grofmazig opgezet: het beoogt slechts één of twee keer per jaar
zoveel mogelijk sites te archiveren. Hierdoor gaat er in de tussentijd
alsnog veel informatie van belangrijke sites verloren. Daarnaast vindt er
geen inhoudelijke ontsluiting plaats van het opgeslagen materiaal. Dit
laatste is evenmin het geval met de door het Internet Archive
gearchiveerde sites.

In tegenstelling tot de Amerikaanse en Zweedse initiatieven richt het
archiveringsproject van het DNPP zich op een specifieke, beperkte
categorie websites. In het kort worden hieronder enkele aspecten van het
archiveringsproject beschreven.
Het archiveringsproject verkeert nog in zijn
beginfase. Uitgangspunt ervan is dat de sites op geautomatiseerde,
arbeidsextensieve wijze worden gedownload, opgeslagen en bewaard,
gecatalogiseerd en toegankelijk gemaakt. Aan de hand van reeds
gearchiveerde partijsites wordt momenteel nagegaan in welke mate deze
veranderen (uitgedrukt in een percentage van de totale omvang).
Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek wordt de
archiveringsstandaard bepaald. Daarbij zijn twee 'ideale' opties denkbaar:
frequente integrale archivering van de websites versus continue
archivering van alle mutaties. In het ene geval wordt op gezette tijden
een site in zijn geheel gedownload; in het andere worden alle mutaties van
een eenmaal gedownloade site doorlopend gekopieerd en weggeschreven in een
logfile. Vanzelfsprekend zijn er allerlei tussenvarianten mogelijk.
De korte levensduur van soft- en hardware zal in
de toekomst leiden tot problemen bij de opslag, het beheer en de
beschikbaarstelling van de gearchiveerde sites. Ook wanneer de apparatuur,
de programma's en de opslagformaten van tekst, audio- en videomateriaal
verouderd zijn, moeten de gearchiveerde sites raadpleegbaar blijven. Dit
betekent dat de digitale archieven periodiek moeten worden overgezet en
geconverteerd naar een nieuwe generatie informatiedragers en soft- en
hardwaresystemen. Of dit alles kan gebeuren zonder dat de authenticiteit
of integriteit van de digitale documenten (enigszins) aangetast wordt, is
gezien de huidige stand van de techniek twijfelachtig.Zie
voetnoot 15
Het is overigens zeer de vraag of de in het
digitale archief opgenomen websites en de verschillende versies via het
web voor raadpleging en onderzoek kunnen worden aangeboden. Het archiveren
van digitale bestanden impliceert per definitie kopiëren. Dit leidt
automatisch tot het probleem van het auteursrecht. Een aantal politieke
partijen heeft desgevraagd laten weten graag medewerking te verlenen aan
dit archiveringsproject. Hoe belangrijk dit fiat ook is, toch zal ook
moeten worden nagegaan in hoeverre er andere rechthebbenden zijn die
toestemming moeten geven. Een website is immers een op een geheel eigen
wijze vorm gegeven verzameling digitale bestanden (bestaande uit tekst-,
audio- of beeldmateriaal), waarop allerlei rechten kunnen liggen. Deze
problematiek zal ertoe kunnen leiden dat de kopieën in het webarchief
niet standaard on line worden aangeboden.Zie
voetnoot 16

In 1996 verscheen in de Verenigde Staten het rapport Preserving
Digital Information van de Commission on Preservation and Access en
the Research Libraries Group. Hierin werd ervoor gepleit een decentraal
netwerk op te zetten van digitale archieven, die de collectionering van
digitale objecten als bijvoorbeeld websites, hun bewaring en
beschikbaarstelling als taak hebben. Het rapport benadrukte het belang van
een decentrale opzet, want 'a distributed structure... places archival
responsibility with those who presumably care most about and have the
greatest understanding of the value of particular digital information
objects'.Zie voetnoot 17
Het archiveringsproject van het DNPP past geheel
in deze visie. Gezien zijn doelstelling en inhoudelijke kennis ligt het
voor de hand dat het DNPP zich over de websites van de Nederlandse
politieke partijen ontfermt. Het aandeel van het DNPP in het vastleggen en
bewaren van het web voor de toekomst is hiermee zeer bescheiden; wel
levert het een grote bijdrage aan de archivering van de virtuele politieke
cultuur van Nederland.

Voetnoot: 1 Zie C. Caey, 'The
Cyberarchive: A Look at the Storage and Preservation of Web Sites', in:
College & Research Libraries, juli 1998, 304-310.
Voetnoot: 2 De Volkskrant, 30
januari 1999.
Voetnoot: 3 Internet
Software Consortium; bezocht op 21 juli 2000.
Voetnoot: 4 S. Ward en G.
Voerman, 'New media and new politics. Green Parties, Intra-party democracy
and the Potential of the Internet (an Anglo-Dutch Comparison)', in:
Jaarboek 1999 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen,
Groningen: Universiteitsdrukkerij Rijksuniversiteit Groningen, 2000,
192-215.
Elektronische versie: www.ub.rug.nl/eldoc/dnpp/1999/h9.pdf
Voetnoot: 5 G. Voerman en J.D. de
Graaf, 'De websites van de Nederlandse politieke partijen, 1994-1998', in:
Jaarboek 1997 Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen,
Groningen: Universiteitsdrukkerij Rijksuniversiteit Groningen, 1998,
238-269.
Elektronische versie: www.ub.rug.nl/eldoc/dnpp/1999/h9.pdf
Voetnoot: 6 G. Voerman,
'Elektronisch folderen: de digitale campagne', in: Ph. van Praag en K.
Brants, red., Tussen beeld en inhoud. Politiek en media in de verkiezingen
van 1998, Amsterdam, 2000, 206.
Voetnoot: 7 Gerrit Voerman, ‘Dutch
political parties on the Internet’, in: ECPR-News. The News Circular of
the European Consortium for Political Reserach, 10 (1998), 1 (Autumn),
8-9.
Elektronische versie: ecprnews.html
Voetnoot: 8 M. Margolis, D.
Resnick & Ch. Tu, 'Campaigning on the Internet: Parties and Candidates
on the World Wide Web in the 1996 Primary Season', in: Press/Politics, 2
(1997), nr. 1, 59-78.
Voetnoot: 9 Het archiveren van de
websites van de partijen past geheel in de Nederlandse traditie om de vele
publieke uitingen van de politieke partijen te bewaren en toegankelijk te
maken. De inbreng van hun vertegenwoordigers in de Eerste en Tweede Kamer
is vastgelegd in de Handelingen. Beeld- en geluidsmateriaal van de
partijen is gedeponeerd op het Nederlands Audiovisueel Archief. Het DNPP
verzamelt, catalogiseert en ontsluit de vele publicaties vàn partijen
(zoals beginsel- en verkiezingsprogramma's, brochures, ledenbladen,
tijdschriften van wetenschappelijke bureau's) en òver partijen
(beschouwingen van journalisten, politicologen, historici, etc.). Het
webarchiveringsproject is een logisch vervolg op deze traditionele taak
van het Documentatiecentrum.
Voetnoot: 10 Zie onder meer B.
Kahle, 'Preserving the Internet', in: Scientific American, 1997, nr. 3; M.
Cunningham, 'Brewster's millions', in: The Irish Times (webversie), 27
januari 1997. Zie voor de website van het Internet
Archive.

Voetnoot: 11 'Electronic
Publications and the Survival of Information'; 2 november 1998.
Voetnoot: 12
Zie A. Arvidson en F. Lettenström, 'The Kulturarw3 Project -
the Swedish Royal Web Archive', in: The Electronic Library, 16
(1998), 2 (April), 105-108; zie ook de Kulturarw3
website.
Voetnoot: 13 'Symposium
"Het eeuwige leven"', in: Historia & Informatica, 5 (1998),
1 (apr.), 6-7; G.C. Nordermeer, 'Depot van Nederlandse elektronische
publicaties', in: HG-Nieuws, 4 (1997), 1 (mrt.), 4-5; T.
Noordermeer, 'Depot van Nederlandse Elektronische Publicaties', in: Informatie
Professional, 1998, nr. 2, 22-24; zie ook idem, 3 (1999), nr.
3, 11.
Voetnoot: 14 J. Quast, 'OCCASIO
Digital Social History Archive', in: Historia & Informatica, 5 (1998),
nr. 2; zie ook idem, 'IISG: Occasio Archief nu toegankelijk via het Web',
in: idem, 6 (1999), 3 (dec.), 1; en idem, 'Het internetarchief van het
IISG', in: Archievenblad, 104 (2000), 7 (sep.), 16-17. Zie voor meer
informatie de Occasio website.
Voetnoot: 15 Zie bijvoorbeeld
J.S. Mackenzie Owen, Kennis in veelvoud, Amsterdam, 1998, 24-25; G. Hodge
and B.C. Carroll, Digital Electronic Archiving: The State of the Art and
the State of the Practice. A Report Sponsored by: International Council
for Scientific and Technical Information, Information Policy Committee and
CENDI, Oak Ridge, 1999, 7-8.
Voetnoot: 16 Zie
Auteursrechtelijke aspecten van preservering van elektronische
publicaties, Amsterdam, 1998; M. de Cock Buning, 'Europese Richtlijn
Auteursrecht in de Informatiemaatschappij. Rechten versterkt &
beperkingen beperkt', in: Informatie Professional, 3 (1999), nr. 7/8,
33-35, 37; Hodge and Carroll, Digital Electronic Archiving, 8.
Voetnoot: 17 Preserving Digital
Information. Report of the Task Force on Archiving of Digital Information
commissioned by The Commission on Preservation and Access and The Research
Libraries Group, z.pl., 1996, 21; zie ook Hodge and Carroll, Digital
Electronic Archiving, 8, 10.
